Belangrijk seizoen voor Burgerweeshuis

De gemeenteraad spreekt zich eind dit jaar definitief uit over de toekomst van poppodium Burgerweeshuis. De huidige locatie aan de Bagijnenstraat is niet meer toereikend. Te klein, verouderd, slecht bereikbaar voor transport en gevangen in een woud van regels tegen geluidsoverlast. Vast staat dat het Burgerweeshuis moet verhuizen.

 

‘Als groot fan van Doe Maar stond ik op anderhalve meter afstand van Henny Vrienten in het Burger’, vertelt VVD-raadslid Rogier Zuijdam, ‘een fantastische herinnering. En er zullen duizenden Deventenaren zijn die dierbare herinneringen hebben aan wat lange tijd het mooiste en charmantste poppodium van Oost-Nederland was. Het belangrijkste besluit over het Burgerweeshuis is echter jaren geleden al gevallen: een verhuizing is noodzakelijk.’

 

Daarmee begon een voortslepende zoektocht naar een nieuwe locatie. Er zijn vele tonnen uitgegeven aan onderzoeken en studies. Steeds durfde, wilde of kon de politiek geen keuze maken. Het Burgerweeshuis zelf heeft zijn zinnen gezet op een verhuizing naar het voormalige STIHO-pand aan de Sint Olafstraat. Hiervoor heeft het poppodium de naam Burgerhaven bedacht met het besef dat een nieuwe naam beter past. De entourage en gezelligheid die de locatie aan de Bagijnenstraat kenmerkt, zijn verleden tijd. Dat kan ook niet anders als je wilt doorgroeien naar een poppodium voor minimaal 600 bezoekers. 

 

Natuurlijk betekent een verhuizing het einde van een tijdperk. Een afscheid, waar ook veel emoties mee gemoeid zijn. De vraag of dat erg is? Zuijdam: ‘Nee, de herinneringen blijven en een nieuw groter onderkomen betekent ook dat er een nog beter en meer aansprekend aanbod zal zijn. Vergelijk het met het samengaan van Theater Bouwkunde en Filmhuis De Keizer in MIMIK. Los van de kolossale tegenvallers tijdens de bouw, staat er een gebouw waarin een rijk en bloeiend aanbod aan film en podiumkunsten te bekijken is. Wie hoor je nu nog verlangen naar het oude Bouwkunde of filmhuis? Geen hoogoplopende emoties, alleen mooie herinneringen en enthousiasme over het huidige aanbod.’

 

Het Burgerweeshuis wil dus graag naar het Haveneiland verhuizen. Echter, er ligt ook een tweede optie op tafel: het poppodium trekt als zelfstandige organisatie in het Schouwburgcomoplex. Zuijdam: ‘In alle eerlijkheid is dit de enige haalbare optie. Al lange tijd ijvert de VVD voor deze optie. Want 2-onder-1-dak biedt veel voordelen. Het totaal aan huisvestingskosten valt veel lager uit. Dat betekent simpelweg meer geld voor cultuur zelf in plaats van voor stenen en stookkosten. En het Schouwburgcomplex is ook om praktische redenen veel slimmer dan verhuizen naar een plek buiten het centrum waar ook nog eens woningen gebouwd gaan worden. Denk aan bereikbaarheid, parkeren, logistiek, veiligheid en overlast.’

 

Het verbaast Zuijdam niet dat het Burgerweeshuis zelf een voorkeur heeft voor het Haveneiland. ‘Het klinkt leuk, een eigen gebouw, een eigen plek en een eigen identiteit’, zegt Zuijdam, ‘maar dat betekent weer een extra gebouw ten koste van de cultuurbegroting. Bovendien wordt de jaarlijkse subsidie aan het Burger ineens minimaal verdubbeld. Geld dat er niet is en dus ten koste gaat van andere culturele instellingen en makers in Deventer. Dan klinkt het opeens toch zo leuk niet meer.’

 

‘Natuurlijk is er begrip voor de teleurstelling van het Burgerweeshuis’, meent Zuijdam, ‘jarenlang is er ingezet op een eigen plek. Allerlei opties en locaties zijn de revue gepasseerd. Telkens bleek de raad niet bereid om hiervoor geld vrij te spelen. De optie 2-onder-1-dak in het Schouwburgcomplex lijkt wel haalbaar te zijn. Ik hoop echt dat het Burgerweeshuis een open blik houdt op deze optie. Er is genoeg ruimte in dit pand voor alle wensen en eisen voor een modern poppodium. Met een eigen identiteit, eigen ruimtes en een eigen ingang. Voor het delen van podia in de Grote Zaal, de Kleine Zaal en MIMIK. Zo maak je slim gebruik van ruimtes en deel je de kosten. Met als resultaat robuuste, financieel gezonde organisaties en een rijker cultuuraanbod in Deventer.’


Dit najaar valt het besluit. Zuijdam: ‘Het Burgerweeshuis hoopt op de Burgerhaven. De meerderheid van de politiek gaat deze gok niet nemen. De rest van de cultuursector weet dat Burgerhaven nare gevolgen heeft voor de cultuurbegroting en houdt z’n hart vast. Sentiment moet plaatsmaken voor realisme, teleurstelling voor hernieuwd enthousiasme voor een in potentie fantastische plek aan de Keizerstraat. Nu alleen nog een nieuwe naam, terwijl we de zoete herinneringen aan de Bagijnenstraat koesteren.